In de basis is Illustrator een programma voor vector tekeningen. Maar het programma biedt ook een aantal (beperkte) mogelijkheden om 3D effecten toe te passen op je vector tekeningen. In deze les gaan we hier eens in duiken.
Wanneer je een logo ontwerpt zijn er veel aspecten om rekening mee te houden, van ontwerp tot techniek. In deze opdracht maak je kennis met de belangrijkste technische eigenschappen van een logo en de juiste werkwijze bij het ontwerpen en opleveren.
De Paintbrush Tool (Penseel) is een van de oudste tools naast de Pen Tool. De Pen Tool werkt met Bézier-curves en dat geeft strakke curves, maar lijkt niet op tekenen zoals dat met de hand gaat. De Paintbrush lijkt wat dat betreft meer op tekenen: de lijn volgt gewoon de penseelpunt. Er zijn verschillende soorten brushes die je zelf kunt vormgeven. In deze les kijken we naar de zogenaamde Art Brush (Kunstpenseel).
De Width Tool (Breedte) kun je gebruiken om de lijndikte van een lijn te laten variëren. Met behulp van een soort ankerpunten kun je op verschillende plekken op een lijn een specifieke breedte instellen. Je kunt hiermee bijvoorbeeld mooie sierlijke ornamenten (versieringen) maken, of tekst in kalligrafisch script maken.
IntroOefening 1Oefening 2Theorie
Wanneer je met de Width Tool een pad aanklikt en de muis ingedrukt houdt, dan kun je door zijwaarts te slepen het pad op die plek een bepaalde dikte geven. Dit kun je op meerdere plekken op een lijn herhalen.
Door klik-sleep geef je een pad aan beide zijden een gelijke dikte
Wanneer je los laat tekent Illustrator het pad. Je kunt daarna de linker en rechterzijde nog individueel bewerken door Option/Alt ingedrukt te houden tijdens het slepen.
Met Option/Alt kun je één zijde afzonderlijk een waarde geven
Door met de Width Tool te dubbelklikken op een lijn krijg je een dialoogvenster waarin je een exacte waarde kan invoeren. Dit is handig voor oefening 2.
Laten we eens oefenen met het maken van een aantal verschillende lijnen met variaties in lijndikte.
De termen Clipping Path en Clipping Mask worden door elkaar gebruikt en betekenen min of meer hetzelfde. In het Nederlands wordt het een knipmasker genoemd. Het gaat hier om een vorm (een vector) die dient als clipping mask en dus andere objecten eronder toont of verbergt. De buitenste lijn van deze vorm heet het clipping path.
IntroOefening 1Oefening 2Oefening 3Theorie
In Illustrator is het maken van een clipping mask vrij simpel: je selecteert een aantal objecten en rechtsklik > Make clipping mask. Illustrator gebruikt nu het bovenste object van de selectie in het paneel Lagen om alle andere geselecteerde objecten mee te maskeren.
Een clipping mask verschijnt als een speciale groep lagen in het Lagen paneel: een Clipping Group. Dit betekent dat je de verschillende objecten nog kan bewerken, aangezien ze nog allemaal los aan te klikken zijn. Dat geldt ook voor de vorm van het clipping mask zelf.
Maar let op: er bestaat ook iets als een Masker in Illustrator en dat werkt anders. Dit wordt verder niet in deze les behandelt, maar bekijk de afbeelding hiernaast eens. Je ziet dat er geen masker aanwezig is in het paneel Transparency (Transparantie) wanneer de clip group is geselecteerd.
Laten we eens oefenen met het maken van een simpel Clipping Path. Je maakt een layout/ontwerpje van een aantal vormen en maskert deze af met een vorm die als ‘kader’ dient.
De vorm die je Clipping Mask maakt kun je nog bewerken. Je kunt deze bijvoorbeeld lijndikte geven of de achtergrondkleur veranderen. Deze achtergrond verschijnt achter de geclipte objecten.
Je kunt ook meerdere vormen gebruiken als clipping mask. Hiervoor moet je deze vormen wel eerst samenvoegen tot een Compound Path (Samengestelde Vorm). Dit is een object dat zich gedraagt als één vorm, maar wel meerdere vormen kan bevatten.
Door een compound path te dubbelklikken met de Selection Tool (zwarte pijl) kom je in isolation mode en kun je individuele shapes bewerken. Dubbelklik op een lege plek buiten het artboard om uit isolation mode te komen.
Ga verder met de Training Clipping Paths die je hebt gedownload bij oefening 1 en doe hiervan oefening 2.
Bekijk indien nodig de video “3 Illustrator Clipping Mask Uses You NEED TO KNOW” vanaf ongeveer 3’00 minuten. Let op: De stap Pathfinder > Unite (rond 3’45”) kun je overslaan.
Je moet bij deze oefening een foto van jezelf uitkiezen om te gebruiken als achtergrond. Let er goed op dat deze foto wordt ingesloten en niet gekoppeld. Wanneer de foto namelijk is gekoppeld aan de locatie van het bestand op jouw computer, dan zal de link breken wanneer je de oefening inlevert. Selecteer een foto en klik op de knop Embed of Insluiten (staat ergens bovenin beeld) om de foto toe te voegen aan het Illustrator bestand.
Je kunt ook tekst gebruiken als Clipping Path. Het zou een nadeel zijn als je de tekst daarvoor eerst tot een vector-shape moet omzetten, want dan is de tekst niet meer als tekst te bewerken.
We gebruiken daarom een andere techniek om tekst te gebruiken als Clipping Mask terwijl deze te bewerken blijft.
Ga verder met de Training Clipping Paths die je hebt gedownload bij oefening 1 en doe hiervan oefening 3.
Drawing Modes
De makkelijkste manier is om gebruik te maken van de verschillende ‘drawing modes’ in Illustrator. Je vindt deze onderaan de toolbar. Het waren in oudere versies drie knopjes naast elkaar, nu is het één knop.
Copy je achtergrondplaatje naar het geheugen (CMD-C) en selecteer de tekst. Zet de drawing mode op Inside en paste het plaatje (CMD-D). Het plaatje wordt nu geclipt door de tekst, terwijl je de tekst nog steeds kunt editen.
Met deze opdracht oefenen we enkele basisvaardigheden in Illustrator die van belang zijn bij het maken van en opleveren van logo’s. Het gaat hierbij om de volgende kennis:
In de workflow tussen beeldbronnen (zoals een camera of een scanner), editors (zoals photoshop) en weergave (zoals een beeldscherm of drukwerk) zijn drie dingen belangrijk:
Kleurbeheer: zorgt ervoor dat je origineel zo goed mogelijk wordt benaderd door de drukkerij (of beeldscherm).
Joboptions: stellen je workflow in voor specifieke toepassingen.
Programma-instellingen: versnellen je workflow en verkleinen de kans op fouten.
Win: [Harddisk]/Users/[gebruikersnaam]/AppData/Roaming /Adobe/Color/Settings LET OP! In sommige gevallen krijg je een foutmelding over schrijfrechten. In dit geval sla je de instelling tijdelijk op op je bureaublad en zet je deze via de Finder/Explorer in de juiste map. Daarna zou hij zichtbaar moeten zijn (bij stap 6).
Open Bridge en kies Edit > Color Settings. Indien nodig; vink onderin het venster aan “Expand list of color settings”
Selecteer in deze lijst ISO_Coated_v2_300%_(ICE)_Ma en klik Apply (deze stap werkt bij illegale software mogelijk niet).
Pak deze zip uit naar een map op een tijdelijke plek (bijvoorbeeld je Desktop).
Open InDesign en kies File > Adobe PDF Presets > Define…
Vind de uitgepakte map en laad één voor één de joboptions.
Nu gaan we dit testen:
Open een nieuw document in InDesign en kies File > Export…
Geef het bestand een naam en klik op Save.
Kies bij Adobe PDF Preset het gewenste profiel en klik Export.
Zoek het gemaakte PDF’je op op je computer en open deze. (Wanneer deze in Voorvertoning opent, selecteer dan de PDF en druk CMD-I. Klik ‘Open met’ en selecteer Acrobat Pro. Dit zorgt ervoor dat PDF’s altijd in Acrobat openen).
In Acrobat Pro klik je op Tools (linksboven).
Zoek de tool Print production (Afdrukproductie) en kies Add (Voeg toe) in het pull-down menuutje onder de tool. De tool verschijnt nu in je toolbar aan de rechterzijde. Sleep de tool hierin naar de bovenste plek zodat je er makkelijk bij kan.
Klik op Print production (Afdrukproductie).
Klik vervolgens op Output Preview (Uitvoervoorbeeld). Onder Simulation Profile zie je welk profiel deze PDF gebruikt.
Als je in InDesign zelf alineastijlen gaat maken start je met de [Basisalinea] stijl. Wanneer de basisinstellingen hier goed staan ingesteld dan voorkomt dat je dit later per stijl apart moet doen.
Woordafbreking
De standaard instelling is een Amerikaanse instelling. De Engelse taal heeft kortere woorden en teksten worden niet afgebroken. In het Nederlands en vele andere talen breken we woorden in zinnen wel af. Om te voorkomen dat dit ‘lukraak’ gebeurt neem je deze instellingen over. Je kan dit later altijd nog wijzigen als je ontwerp daarom vraagt.
Spatiëring
Om een rustiger tekstbeeld te krijgen plaatsen we de letters en woorden iets dichter bij elkaar.
Composer
De composer bepaalt wanneer een woord wordt afgebroken in een zin. De alinea composer wil alle regels even lang maken. Bij elke tekstwijziging worden alle regels herschikt. In links-lijnende Nederlandse teksten is dat niet mooi en ’t is vervelend als je correcties aan het doen bent. Door deze instelling te wijzigen naar Alinea composer enkele regel treedt dit verschijnsel niet op en ontstaat er een regelmatiger beeld in de kolom met links-lijnende tekst.
Stel InDesign op de juiste manier in.
Open InDesign en sluit alle openstaande bestanden.
Je gaat voor Ferm Living een nieuwe behangserie ontwerpen. In Illustrator ga je drie behangstalen maken. Daarnaast maak je voor ieder behang een etiket voor op de verpakking (rol). Op dit etiket hoort ook het logo van Ferm Living, wat je zelf in vectoren zet. Je hebt hiervoor drie lessen de tijd.
OpdrachtBenodigdhedenCriteria
Ontwerp in Illustrator drie verschillende behangpatronen. De ontwerpen moeten een doorlopend patroon hebben, hierover krijg je in de les uitleg.
Maak in Illustrator een vector van het logo van Ferm Living (een hoge resolutie versie van dit logo vind je onder benodigdheden). Gebruik hiervoor niet de functie trace (overtrekken).
Ontwerp in Indesign voor ieder behang een etiket voor op de verpakking. Het logo zet je hier op. Het formaat van het etiket is vrij, denk daar zelf goed over na. Net als: wat staat er eigenlijk nog meer op een sticker van een behangrol?
Let op: maak één Indesign document met 3 pagina’s voor de etiketten.